| WAT ZIJN SCHAALKUILTJES? |
| Alle afbeeldingen zijn beschermd door copyright © Tanums Hällristningsmuseum Underslös. Ze kunnen uitsluitend gebruikt worden na toestemming van de webbeheerder onder vermelding van © Tanums Hällristningsmuseum Underslös. Inlichtingen info |
|
Schaalkuiltjes zijn kleine ronde uithollingen, die
door mensen in een steen geslagen zijn. Meestal zijn ze op rotsen te
vinden, maar ze kunnen ook voorkomen op losse stenen, zwerfkeien of
megalieten. In Nederland worden ze ook wel napjes genoemd. In het Engels
zijn ze bekend onder de naam 'Cup marks', in het Duits 'Schalengruben'.
In Zweden, waar ze zeer veel voorkomen, zijn het 'skålgropar' of in de
volksmond ook wel 'älvkvarnar'. Dat laatste betekent letterlijk
'elfenmolens', dus molens waarin de elfen hun meel kunnen malen. De oorsprong van de schaalkuiltjes is in duisternis gehuld. Dat ze behoren tot de rotstekeningen lijkt duidelijk. In het bekende rotstekening-gebied uit de Bronstijd in Bohuslän, noordelijk van Göteborg, West-Zweden, is geen paneel met gravures te vinden zonder schaalkuiltjes. Meestal zijn ze daar schijnbaar willekeurig over de rots verspreid, maar het komt ook voor dat ze in een duidelijk patroon geplaatst zijn. |
![]() |
Soms zijn ze in grote aantallen vlak bij elkaar geplaatst of vormen ze figuren, bijv. een cirkel. Ook op de rotstekeningen uit de Steentijd in Noord-Scandinavië komen ze veelvuldig voor. Zelfs in de grot van Chauvet in de Ardèche, waarvan de figuren meer dan 15.000 jaar oud zijn, zijn rode stippen gevonden, die vaak ouder zijn dan de schilderingen die ernaast staan.[1] Hoewel we hier niet kunnen spreken van schaalkuiltjes omdat ze geschilderd zijn, is de voorstelling wel vergelijkbaar. Afb 1. Rode stippen in de grot van Chauvet / Ardéche, F. |
|
Naar de aantallen kunnen we slechts gissen. In Bohuslän / S zijn tot nu toe ruim 4000 rotstekeningen ontdekt. Het werkelijke aantal tekeningen ligt waarschijnlijk 2 tot 3 maal hoger. Nog geen 20% van deze 4000 panelen is exact gedocumenteerd. Van de ruim 43.000 figuren die in 1986 in Bohuslän op de rotsen geteld werden, was ruim 60% schaalkuiltjes.[2] In Tanum, een deel van Bohuslän, komt men op dit moment tot een aantal van ruim 12.000 schaalkuiltjes. Als er hier uiteindelijk 100.000 geteld zullen worden, zal dat niemand verbazen. De rotstekeningen in het Scandinavische graniet en gneis werden met (vuur)stenen voorwerpen gehakt in de door het ijs van de laatste IJstijd gladgeslepen rotsen, die in de open lucht liggen. Soms werden ze na het uithakken ook gepolijst door langdurig wrijven over de gegraveerde lijnen. De schaalkuiltjes echter werden gemaakt door met een rolkei langdurig op dezelfde plaats te slaan. Een aantal van deze rolkeien met slagsporen is teruggevonden bij rotstekeningen met schaalkuiltjes. Uit de grote aantallen kunnen we alleen maar concluderen dat het schaalkuiltje voor de mensen in de Bronstijd een vanzelfsprekend en belangrijk symbool was. De betekenis is voor ons moeilijk meer te achterhalen. Een enkel voorbeeld: Op Afb. 2 is een cirkel te zien waarin een kruis geplaatst is, een bekend symbool voor de zon. Negen schaalkuiltjes zijn willekeurig over het paneel verspreid. (Ter verduidelijking van deze afbeelding: De indeling in rechthoekige velden gebeurt bij de documentatie. Ieder veld is 100 x 70 cm.) |
![]() |
Afb. 2. Willekeurig geplaatste schaalkuiltjes met een cirkelkruis. Fossumtorp/Balken. Tanum, Bohuslän, S.
Op de rots van Tegneby (Afb. 3) valt direct de grote groep schaalkuiltjes op. Deze groep is ± 1 meter breed en 1,5 m hoog en is tussen een aantal boten en dieren gegraveerd. Bovenin het paneel zijn schaalkuiltjes gegroepeerd in twee cirkels met een kuiltje in het centrum. |
|
Afb. 3.Concentratie schaalkuiltjes, twee
cirkelvormen.
|
![]()
De mensenfiguur op een rots van Aspeberget (Afb.
4) levert steeds veel stof tot discussie. Hij heeft vier zeer grote
vingers met daarboven vier rijen van zeven schaalkuiltjes met daarboven
één extra. Het zouden de 4 weken met ieder 7 dagen zijn. De vraag naar
de 29e moet open blijven. Interpretatie is een groot probleem, waar de
meeste onderzoekers zich niet aan wagen. |
|
Het vrouwtje (met paardenstaart) van Fossum staat in aanbidding voor de zonneschijf boven haar (Afb. 5). De opgeheven arm is een bekende adorantenhouding op rotstekeningen. Tussen de benen is, waarschijnlijk met een bepaalde bedoeling, een schaalkuiltje geplaatst. |
![]() |
Dit wordt uitgelegd als een symbool voor vrouwelijke vruchtbaarheid. Dit zou kunnen, aangezien
veel rotstekeningen wijzen op een vruchtbaarheidscultus in de
boerengemeenschappen van de Bronstijd. Dit “vruchtbaarheidsschaaltje” ziet men
vaker bij afbeeldingen van vrouwen. Ook in Val Camonica, Noord-Italië, vinden we
die terug. Afb. 5. Is het schaalkuiltje een vruchtbaarheidssymbool? Fossum.Tanum, Bohuslän, S. Ook in samenhang met de vele cirkels op rotstekeningen in Bohuslän werden schaalkuiltjes afgebeeld. Hierboven zagen we al twee cirkels die gevormd worden door schaalkuiltjes. De cirkels en schijven zijn duidelijk een zonnesymbool.[3]
Op een kleine rots in de buurt van Kville (Afb. 6) zien we een groot aantal concentrische cirkels waar schaalkuiltjes in geplaatst zijn. Steeds is er ook een in het midden te vinden. Een van deze figuren wordt door twee mannen gedragen, alsof het een zonnesymbool betreft dat misschien in een processie rondgedragen wordt. Deze figuur doet sterk denken aan de sierschijf van de lure (Afb. 7), een grote bronzen hoorn, die waarschijnlijk vooral bespeeld werd tijdens ceremonies die met de zonnecultus verband hielden. Het is denkbaar dat het symbool voor de zon, de concentrische cirkels met schaalkuiltjes, ook gebruikt werd bij de vormgeving van de lure. In elk geval stammen zowel de tekening als de lures met sierschijf uit dezelfde periodes V en VI van de Bronstijd. Bij de lures zijn het geen 'kuiltjes', maar de figuur wordt gevormd door halve bollen die op de schijf zijn aangebracht. Het zijn echter “schaaltjes” indien men de lure van de achterkant ziet.
|
|
Afb. 6. Concentrische cirkels
met schaalkuiltjes. |
![]() |
| Afb. 7. Reconstructie van een bronzen lure.Oorspronkelijk instrument gevonden in Garlstedt, D. Lengte ca 2,00 meter.[4] ![]() |
Afb. 7A. Klankschijf van de lure |
![]() |
Ook op
megalieten en dekstenen van gang- en steenkistgraven komen
schaalkuiltjes voor (Afb. 8). Het schijnt dat er op een hunebed in
Drenthe schaalkuiltjes waren. Dit hunebed is echter verdwenen en de
betreffende steen is waarschijnlijk als dijkverzwaring gebruikt. |
|
De werkelijke betekenis van de schaalkuiltjes is moeilijk te achterhalen. Van veel afbeeldingen kunnen we goed zien wat er voorgesteld wordt: boten, mensen, allerlei dieren die meestal goed te determineren zijn, bijlen, speren, pijl en boog, boemerangs, muziekinstrumenten, eergetouwen (zowel gaffel- als boogeergetouw), bomen, de zon, en nog veel meer goed te herkennen figuren. Overal tussen door zijn schaalkuiltjes geplaatst, het eenvoudigste symbool, misschien juist daarom voor ons zo onbegrijpelijk. Ze komen overal ter wereld voor, niet alleen in de bekende rotstekening-gebieden als bijv. Scandinavië en Val Camonica in Noord-Italië. In veel van de gebieden met schaalkuiltjes zijn deze omgeven door legenden, volksverhalen en oude gebruiken. Bij Fellers boven Ilanz in het Vorderrheintal/Zwitserland zijn een groot aantal schaalkuiltjes met een Ø van 20 - 30 cm.[5] Door de bewoners worden ze 'soepschotels' genoemd. De bouwlieden van de burcht Frundsberg zouden ze gebruikt hebben om uit te eten. De dorpsschoolmeester die ze allemaal in de zestiger jaren blootgelegd en onderzocht heeft, is er van overtuigd dat ze veel ouder zijn, temeer daar er ook op deze plek bewoning aangetoond is uit het tweede millennium v. Chr.. Op andere plaatsen in Zwitserland werd verteld dat de kleine kinderen uit de schaalkuiltjes zouden komen, zoals wij vertellen dat ze door de ooievaar gebracht worden. In Carnac wreven jonge meisjes die wilden trouwen met hun navel over een menhir vol schaalkuiltjes.[6] |
![]() |
In Pommeren (D) werden de schaalkuiltjes 'Adelbarsteine' (ooievaarsstenen) genoemd. In Schotland ligt 7 mijl ten westen van Edinburg de “Witch’s Stone” met een rij van 24 schaalkuiltjes (Afb. 9).
De steen is glad gepolijst, want vroeger gleden de pas getrouwde vrouwen
er van af, in de hoop dat ze spoedig zwanger zouden worden. |
|
Zelfs in Hawaï is een oud gebruik bekend: in de 'Piko-gaten' werd een stukje van de navelsnoer van een pasgeboren kind gelegd, daarmee hopend op een lang leven. De bekende onderzoeker van rotstekeningen Dietrich Evers vertelt hoe een oude vrouw uit Backa bij Brastad (Bohuslän, Zweden) hem vertelde dat haar overgrootvader op de winterzonnewende (omstreeks 21 december) naar een kloof ging, waar hij in schaalkuiltjes een brandoffer van vistraan bracht en dit aanstak met een lont van gedroogde zwammen. Niemand mocht hierbij toekijken "want die moderne jeugd begreep dat toch niet".[7]
Zeer uitvoerig zijn de beschrijvingen van Mats Åmark, die in het begin van de 20e eeuw priester was in Veckholm, Uppland, Zweden. Hij ontdekte dat schaalkuiltjes in 1923 nog steeds gebruikt werden door de bevolking.[8] Enige citaten: "Ik had horen vertellen dat de oude vrouw Johansson er gewoonlijk op donderdagavond heenging, zei B.; en ik ging er daarom op een dag bij schemering heen. De steen lag zoals die nu ligt, en alle schaaltjes waren leeg. Ik ging er een klein stukje vandaan zitten, verborgen achter de struiken en wachtte om te zien of de oude vrouw zou komen. Maar toen er niets gebeurde en het laat werd, besloot ik naar huis te gaan. Eerst ging ik echter naar de steen - en kun je je voorstellen! De steen was besmeerd met reuzel en in de holtes lagen kleine muntstukken. Sindsdien heb ik er verschillende donderdagavonden doorgebracht in een poging de oude vrouw in het vizier te krijgen, maar dat was volledig onmogelijk. Iedere keer was de steen besmeerd, maar was er geen oude vrouw te zien. Zij moet zich door het gras tussen de jeneverbesstruiken hebben gekronkeld." . . . . "In de herfst van 1913 vernam ik dat er een grote elfenmolen te vinden was in Kynge by in Veckholms sn. Het lag in een weiland en het bleek een meer dan een meter lang steenblok te zijn, die echter maar net boven het gras uitstak. Langs het centrale deel van de steen was een rij ronde uithollingen te zien, grotere en kleinere. De hele steen was donker van vet. Rond de steen lagen hele klonten varkensvet en in de kuiltjes lagen naalden en kleine koperen munten. Wie de steen had ingesmeerd ben ik echter nooit te weten gekomen.". . . . . . . . . Mensen die last hadden van 'vårtor' (wratten) gingen op een donderdagavond in de maneschijn rond de steen met een aantal erwten in hun hand, net zoveel als men 'vårtor' had. De erwten werden uitgezaaid, terwijl men de volgende woorden uitsprak: |
|
Jag sår och jag sår.
Ik zaai en ik zaai Jag sår bort mina vårtor. Ik zaai mijnwratten weg. Wanneer de erwten groeiden, verdwenen de wratten…… |
|
. . . . Niet ver van de beide genoemde dorpen ligt het dorp Kumla. In een bosje, een paar 100 meter van het dorp, direct bij de landsweg, vond ik een in de grond vastzittende steen, die als elfenmolen was gebruikt. De schaalkuiltjes waren tamelijk ondiep en niet geheel rond. De korstmossen waren hier al begonnen met het bekleden van de oude offersteen, waarvan de elfenmolentjes dus al enkele jaren niet meer in gebruik waren geweest. Een dorpeling wist zich echter te herinneren hoe de oude vrouw Tapper van het buurdorp Gådi er naar toe ging om te smeren. De oude vrouw had namen voor de holtes. Een noemde zij 'Stora grytan' (grote pan), een ander 'Lilla grytan' (kleine pan). In een van de holtes leken vingerafdrukken zichtbaar. De oude vrouw zou altijd drie holtes per keer hebben ingesmeerd met drie smeringen in elke holte. Als het donderdagavond werd, ging zij erheen en het smeren ging altijd met de zon mee. De eerste en de laatste avond legde zij een naald of een kleine koperen munt in de holte die ze had ingesmeerd. Voor iedere insmering sprak de oude vrouw:
Jag smörjer sten Ik smeer de steen, För att läka kött och ben Om vlees en bot te helen.De vrouw, die hierover kon vertellen, was zelf in jongere jaren met de oude Tappersvrouw mee geweest als zij smeerde…… Börje Sandén zegt: "Hoe dan ook, deze kuiltjes hebben een niet onbelangrijke rol gespeeld in diverse magische verbanden tot zeer ver in de tijd. Het is algemeen bekend dat de elfenmolentjes met vet werden ingesmeerd en er offergaven in werden gelegd. Met betrekking tot de vele plekken met elfenmolentjes in het Enköpingsgebied bestaan hier beschrijvingen over uit de jaren 1910. "De hele rots was donker van het vet en rond de openingen lagen hele klonten varkensvet, en in de kuiltjes lagen naalden en koperen munten". Met het insmeren en offeren wilde men de machten tevreden stellen en ziektes en krampen genezen. Er zijn gegevens over ingewikkelde ceremoniën die op bepaalde tijden en weekdagen uitgevoerd moesten worden. Men mocht bijvoorbeeld niets zeggen als men iemand ontmoette terwijl men op weg was naar de offerplaats en de schaalkuiltjes moesten een bepaald aantal keer tegen de zon in gedraaid worden ingesmeerd. Deze informatie over het gebruik van de schaalkuiltjes in late tijd, kan heel goed een zwakke herinnering zijn aan een heidense cultus, die bewaard gebleven is in de ziel van het volk, waar toch altijd ruimte was voor magie en bijgeloof. Men heeft eenvoudigweg de traditie rond de schaalkuiltjes voortgezet door de elfen en andere natuurwezens van de vroegere goden te vereren.[9] Sporen van prehistorische substanties zijn nooit in schaalkuiltjes teruggevonden. Wel werd er puur toevallig een munt uit de tijd van Karel XII in een door mos bedekt schaalkuiltje gevonden. Ook toen werden er blijkbaar munten ingelegd. Al deze berichten lijken te wijzen op overgeleverde gebruiken. Er wordt ook verteld dat men vroeger een schaalkuiltje met een rolkei maakte en het vrijgekomen steenpoeder als medicijn innam. Werner Brast meent zelfs dat de vondsten van de kleinere stenen erop wijzen dat deze gebruikt werden als "draagbare huisapotheek".[10] In de Steentijd voedde men zich hoofdzakelijk met het vlees van de jachtbuit, waardoor tekorten van bepaalde mineralen konden optreden, met name van magnesium. In de winter was dit probleem het grootst, want magnesium is een belangrijk bestanddeel van het chlorofyl in de planten dat natuurlijk alleen in het warme jaargetijde gevonden kon worden. De gevolgen waren: duizeligheid, hoofdpijn en tenslotte krampen. De sjamaan of medicijnman zou dan met zijn "toversteen" gekomen kunnen zijn en ceremonieel hierop geslagen hebben en de patiënt het steenpoeder gegeven hebben. Ook zou men op reizen deze stenen met zich meegenomen hebben als "apotheek". Als bewijs voor deze theorie voert Werner Brast aan dat in de streken waar de Samen (Lappen) sinds oertijden hun rendierkuddes hebben, geen schaalkuiltjes zijn. De Samen kunnen weliswaar nauwelijks plantaardig voedsel eten omdat korstmossen voor mensen onverteerbaar zijn. Hun grootste lekkernij is echter de maaginhoud van het rendier. Dit bestaat uitsluitend uit halfverteerd plantaardig voedsel dat alle mineralen en vitamines bevat die nodig zijn voor de mens. Zonder deze maaginhoud is het overleven in de toendra onmogelijk. |
|
Afb. 10. Steen met rondom 6 schaalkuiltjes, 3 x 6 cm. Schleswig-Holstein / D. |
![]()
Ook in Troje werd een kleine schaalsteen gevonden, die algemeen als "hamer" betiteld werd (Afb. 12). Er werden in Troje echter veel mooiere hamers gevonden. Deze steen had een heel andere functie. Of deze ook in Troje gemaakt werd, is niet te zeggen. Er waren immers ook handelsbetrekkingen met het noorden! |
Kleinere
en grotere stenen met schaalkuiltjes zijn op veel plaatsen gevonden.
Vooral uit Duitsland zijn veel vondsten bekend. Of dit cultische dan wel
medicinale stenen zijn, laat ik hier in het midden. De theorieën spreken
elkaar vaak tegen.
Afb.
12. De z.g. "Hamer" 8 x 4 cm. Door Schliemann in Troje gevonden.
|
|
In het gebied van Lauenburg / D werden 140 stenen
met schaalkuiltjes gevonden. Hiervan hebben de meeste stenen minder dan
10 schaalkuiltjes, enkele meer dan 20, maar er zijn ook stenen met 71
tot 116 kuiltjes. Het viel op dat de akkers vrij waren van stenen, maar
dat men de stenen met schaalkuiltjes had laten liggen. Er werden ook
geen stenen gevonden met andere figuren, zoals zonneraderen en kruizen,
zoals die in b.v. Scandinavië wel gevonden worden. Afb. 13. Steen uit een graf uit de Bronstijd met schaalkuiltjes in een cirkel. Øster Højby, DK. Bevindt zich nu in het Nationalmuseet, Kopenhagen. |
![]() |
|
In veel streken ziet men schaalkuiltjes in het midden van één of meer cirkels. Dit zijn de zogenaamde “Cup-and-Rings”. Men vindt ze veel in Schotland. Een voorbeeld is de klip van Ballochmyle (Afb. 14), enkele mijlen ten zuiden van Kilmarnock. Op de steile wand zijn tientallen van deze Cup-and-Rings. |
![]() |
Afb. 14. Cup-and-Rings van Ballochmyle. |
|
Heel apart zijn de schaalkuiltjes op de “Fort Ransom Writing Rock” (Afb. 15) in Noord Dacota in Noord-Amerika. De gravure lijkt op een soort schrift, en is dat misschien ook wel. Het ruim 2 meter lange rotsblok van graniet ligt vlak bij een natuurlijke bron. Elders in Amerika, in Californië, bestond het gebruik dat jonge vaders na de geboorte van een kind, vanaf een steen met schaalkuiltjes naar een bron liepen en daarin sprongen. Deze ceremonie voerde men ook uit na het overlijden van een familielid.[11] |
|
|
Afb. 15. De "Writing Rock" in Noord Dacota, USA. |
|
Over de hele wereld zijn schaalkuiltjes te vinden. Op een steen in Dohangri, Haman (Kaya) bij Pusan in Korea zijn tussen een groot aantal schaalkuiltjes ook enkele cup-and-rings gevonden.[12] René Gardi beschrijft hoe een medicijnman in Kameroen oorpijn geneest. Toverspreuken murmelend slaat hij met een vuiststeen in een nis en na 20 slagen drukt hij de steen op het pijnlijke oor.[13] Het is dus mogelijk dat schaalkuiltjes uit cultische overwegingen gemaakt zijn. Uit de overgeleverde gebruiken is te concluderen dat er ook in oude tijden substanties in geofferd werden. In het begin van de 20e eeuw was dit vet of traan, maar misschien is er in oude tijden ook bloed in geofferd. Dit is echter in lang niet alle gevallen mogelijk geweest omdat veel schaalkuiltjes in stenen of rotsen gemaakt zijn die hiervoor te steil zijn of zelfs rechtop staan. Die kunnen dus niet als offerkuiltjes gebruikt zijn, maar alleen een cultische bedoeling hebben of voor het winnen van steenpoeder gebruikt zijn. Zeer goed is het mogelijk dat het steenpoeder ook een nevenproduct was van een cultisch en / of offerschaalkuiltje. Maar ook bij schaalkuiltjes die schijnbaar uitsluitend gemaakt werden voor het winnen van steenpoeder zal het cultische element en het volvoeren van ceremoniën een rol gespeeld hebben. Dit was vroeger het geval, maar ook in nieuwere tijden.
|
|
|
Dietrich Evers meent dat het maken van een schaalkuiltje, door lang met een steen op dezelfde plaats te slaan, op zichzelf al een cultische handeling was in de Bronstijd. Als onderdeel van een vruchtbaarheidscultus symboliseerde men hiermee het bevruchten van 'Moeder Aarde'.[14] In verband hiermee is het beeld van de vruchtbaarheidsgod Min uit Boven-Egypte interessant. Het beeld bevat een groot aantal ronde en ovale schaalkuiltjes.
Afb. 16. Min, god van de vruchtbaarheid.
|
|
LITERATUUR
Bertilsson, Ulf: The rock carvings of northern Bohuslän, Spatial
structures and social symbols. Stockholm Studies in Archeology. 1987 Brast,
Werner. Die Schalensteine, ab wann, weshalb und wie. Mitteilungsblatt
Verein für Vor- und Frühgeschichte. 33. Chauvet,
Jean-Marie: De grot van Chauvet. De oudste grotschilderingen ter wereld.
Uitg. Jan van Arkel, Utrecht. 1998. Evers,
Dietrich. Magie der Bilder. Pulsar-Verlag, Warmsroth, 1995
Jurriaanse, Jurri. De zon op de rotsen. Uitg. Tanums Hällristningsmuseum
Underslös, 1999. Kersten,
Karl. Vorgeschichte des Kreises Herzogtum Lauenburg. Karl Wachholtz
Verlag, Neumünster. Lukan,
Karl. Alpenwanderungen in die Vorzeit. Verlag Anton Schroll & Co, Wien
und München.
Rütimeyer, Leopold. Ur- und Ethnographie der Schweiz. Basel 1924. Sandén,
Börje. Skålgropar - Hällristningar. In hembygdsboken Det hände i
Upplands-Bro, 1984. Schweem,
Joachim. Luren - Musikinstrumente der Bronzezeit. Sonderdruck aus Leben
- Glauben - Sterben vor 3000 |
|
[1] Jean-Marie Chauvet: De grot van Chauvet. [5] Karl Lukan: Alpenwanderungen in die Vorzeit. Pag. 41. [6] Leopold Rütimeyer: Ur- Etnographie der Schweiz, pag. 368 e.v. [7] Dietrich Evers: Magie der Bilder, pag. 101. [8] Mats Åmark: När de sista skålgoparna smordes, in het tijdschrift Rig, 1956. Zie ook www.algonet.se/~ukforsk/gropar3.htm [9] Börje Sandén: uit hembygdsboken 'Det hände i Upplands-Bro', 1984. [10] Werner Brast: Die Schalensteine. Ab wann, weshalb und wie, 1982. [11] Kelvin L. Callaham: The Fort Ransom Writing Rock. [12] Byon Kwang-Hyon: Petroglyphs in Haman. [13] René Gardi: Wie man in Kamerun Ohrenschmerzen heilt. [14] Dietrich Evers: Magie der Bilder, pag. 103 |